Hieronder kun je een test invullen die je laat zien hoe groot de kans is dat je last hebt van Hypoglykemie of Lage bloedsuikerspiegel. Deze test is met toestemming overgenomen uit het Ankertje Hypoglykemie, geschreven door Edith van Blijdesteijn (niet geheel toevallig mijn moeder!), ISBN 9020207133.

Natuurlijk geeft deze test maar een indicatie. Als je een hoge score krijgt, dan is het belangrijk om hiernaar te laten kijken. De meeste huisartsen prikken op deze vraag je glucoseniveau. Dit heeft geen enkele zin, omdat het een momentopname is en niets zegt over het reactievermogen van je lichaam om met de opgenomen suikers om te gaan. Beter is het om een GTT (Glucose Tolerantie Test) te doen.
Je kunt je natuurlijk ook door een holistisch werkend therapeut laten testen. Die zal je helpen om de oorzaak van de lage bloedsuikerspiegel te vinden en deze behandelen. De behandeling bestaat meestal uit een voedingsadvies om de bloedsuikerspiegel in balans te brengen, aangevuld door orthomoleculaire middelen en emotionele “opruiming”. Vaak is de oorzaak stress gerelateerd, zoals bijna alles in deze tijd!
Als je vragen hebt, aarzel dan niet en neem contact met me op.

Kruis in onderstaande lijst aan hoe vaak iets voorkomt en tel onderaan je punten op:
0 = komt niet voor
1 = komt zelden voor
2 = komt minstens wekelijks voor
3 = komt vaak voor

1.Voortdurende vermoeidheid
2.Hongergevoel tussen de maaltijden door of ‘s nachts
3.Depressieve gevoelens
4.Slapeloosheid, moeilijk inslapen
5.Wakker worden na paar uur slaap
6.Angstgevoel (voor mensen, plaatsen, dingen)
7.Moeilijk een besluit kunnen nemen, twijfelen
8.Gebrek aan concentratievermogen
9.Slecht geheugen
10.Neiging tot piekeren
11.Onzekerheid of minderwaardig voelen
12.Hevig geëmotioneerd
13.Snel prikkelbaar
14.Veel huilbuien of “inwendig” huilen
15.Woedeaanvallen
16.Kleine zaken opblazen, van een mug een olifant maken
17.Behoefte aan veel snoep, taartjes, koekjes, frisdrank
18.Behoefte aan veel brood, pasta, rijst
19.Behoefte aan alcohol
20.Drinkt dagelijks meer dan 3 koffie of cola
21.Hunkert naar snoep of koffie tussen maaltijden door
22.Moeite met presteren onder druk
23.Hoofdpijn
24.Is slaperig overdag
25.Is slaperig of duf na een grote maaltijd
26.Gebrek aan energie, moe
27.Weinig initiatief
28.Komt ’s morgens moeilijk op gang
29.Eten als je je nerveus voelt
30.Maagkrampen of zenuwen op je maag
31.Last van allergieën: astma, hooikoorts, uitslag, enz.
32.Vermoeidheid verdwijnt na eten
33.Zelfmoordgedachten
34.Verveling
35.Nachtmerries
36.Hartkloppingen, opgejaagd gevoel
37.Geïrriteerd zijn voor de maaltijd
38.Beverig gevoel bij honger
39.Maagzweer, verstopping, opgeblazen gevoel
40.Koude handen en voeten
41.Trillen van de handen
42.Vertroebeld gezichtsvermogen
43.Bloedend tandvlees
44.Duizelig, licht in het hoofd
45.Zware moeilijke ademhaling
46.Snel blauwe plekken krijgen
47.Dingen laten vallen of er tegenop lopen, stoten
48.Buitensporige transpiratie
49.Verminderd zin in seks
50.Spiertrekkingen of krampen
51.Uitzonderlijke dorst
52.Vaak moeten plassen
53.Gewichtsveranderingen
54.Zenuwuitputting